Miscellaneous  /  May 18, 2011

Auferstehen! RIP Yakov Kreizberg

Wanneer je je verheugt op een uitvoering van Mahler II met je favoriete dirigent en je ziet ‘s ochtends een portret van hem in de Volkskrant dan heeft dat natuurlijk je volle interesse.

Dan ineens zie ineens ‘postuum’ boven het stuk staan. Toch even schrikken. Gewoonweg bizar.

Mahler worstelde bij het schrijven van zijn tweede symfonie met het leven na de dood. Het stuk bleef lang onvoltooid. Tot hij een tekst vond van de Duitse verlichtingsdichter Klopstock. Eindelijk kon hij zijn symfonie afronden.

Mahler vond troost in de gedachte dat de mens door de liefde onsterfelijk kon worden. Hij moest de tekst van Klopstock wel wat bijslijpen. Klopstock leidde de doden naar het hiernamaals als eindstation. Mahler beschreef juist een stralende overwinning op de dood: “Sterben werd’ ich um zu leben”. Wat ik altijd maar begrepen heb als een oproep om er hier en nu alles van te maken.

“O glaube, du wardst nicht umsonst geboren. Had nicht umsonst gelebt, gelitten.” Vooruit: je moet deze zin niet lezen, maar horen van een alt. Geen wonder dat deze symfonie veel gebruikt wordt als muzikale ondersteuning voor film en theater. Zoals toen Helmert Woudenberg in een monoloog in de huid kroop van Pim Fortuyn.

Mahler trekt werkelijk alle registers open in het slotkoor. Het koor moet voluit en hij gaat vol op het orgel, al heeft die zin sinds Ab Klink een rare bijbetekenis. Voor een hoge tenor is het hard werken. Fortissimo op de hoge bes. Maar met Kreizberg en zijn krachtige aansporing denk je: vooruit, omdat jij het bent. Ik gooi alles eruit.

Eind mei staan we in het Concertgebouw met een grootkoor van 120 man sterk. Nu met Marc Albrecht. Met deze tekst en de gedachte aan Kreizberg wordt ook dit vast een concert om nooit te vergeten.

Aufersteh’n, ja aufersteh’n

wirst du, mein Staub, nach kurzer Ruh

Unsterblich Leben wird der dich rief dir geben

Wieder aufzublüh’n wirst du gesät
Der Herr der Ernte geht und sammelt Garben uns ein
die starben
O glaube, mein Herz, o glaube!
Es geht dir nichts verloren!
Dein ist, was du gesehnt,
dein was du geliebt, was du gestritten
O glaube!
Du wardst nicht umsonst geboren
Hast nicht umsonst gelebt, gelitten
Was entstanden ist, das muß vergehen
Was vergangen ist, auferstehen
Hör auf zu beben!
Bereite dich zu leben!
O Schmerz, du Alldurchdringer!
Dir bin ich entrungen
O Tod, du Allbezwinger!
Nun bist du bezwungen
Mit Flügeln, die ich mir errungen
in heissem Liebesstreben
werde ich entschweben zum Licht
zu dem kein Aug’ gedrungen
Mit Flügeln die ich mir errungen werde ich entschweben.
Sterben werd’ ich um zu leben!

Aufersteh’n, ja aufersteh’n wirst du, mein Herz in einem Nu!

Was du geschlagen, zu Gott wird es dich tragen!