Onderstaande bijdrage schreef ik met Amma Assante en Maruschka Gijsberta voor de Commissie Melkert.

Linksom de crisis uit? Waardevol de transformatie door!

Crisis? What crisis? Deze albumtitel ontleende de Britse band Supertramp aan de film The Day of the Jackal, een politieke thriller, gesitueerd in Frankrijk, waarin de strijd om de macht centraal staat.

Nederland kent inmiddels al bijna vijftien jaar zijn eigen politieke thriller. Eerst hadden we de zogenaamde puinhopen van Paars, vervolgens een serie van kabinetten met een doorloopsnelheid waar Italianen nog een puntje aan zuigen en vervolgens een mislukt minderheidsexperiment dat dacht dat we ons achter de dijken konden terugtrekken.

Veelgehoord is daarom de roep om weer vooruit te kijken. En dat lijkt heel verstandig. Toch: kijk niet alleen vooruit, maar ook om je heen. Want wie zijn ogen de kost geeft, ziet in Nederland een stevige en gezonde uitgangspositie om te bouwen aan een nieuwe, kansrijke positie in een snel veranderende wereld.

Maar laten we eens beginnen met de vraag die Supertramp opwerpt. Welke crisis? Praten we over een uitweg uit de financiële crisis, de economische crisis, de milieucrisis, de solidariteitscrisis? En als zoveel crises in elkaar grijpen, is er dan eigenlijk wel sprake van een crisis? Want dat is de tweede betekenis van de Supertramp-vraag.

Nederland lijkt zich in het oog van de orkaan te bevinden. In een omgeving van enorme turbulentie lijkt hier de boel stil gevallen. Shock and awe. We weten het even niet meer, naar het schijnt. Een goed moment om met een nieuw perspectief te komen dat weer energie geeft, dat richting biedt, dat de boel weer los wrikt.

Het lijkt een woordenspel, maar interessanter is om ervan uit te gaan dat Nederland niet in een crisis zit – hooguit een identiteitscrisis – maar in een periode van transformatie. En daar hoort die zoektocht naar identiteit bij. Wat is onze plek in de wereld? Zitten we eigenlijk zelf nog wel aan het stuur? Hoe smal zijn, zo je wil, de marges van de politiek geworden?

Een transformatie gaat van au, laten we dat niet vergeten. En vraagt dus zeker om pijnverzachtende maatregelen waar nodig. Maar het biedt ook kansen. Vooral op een nieuwe weg omhoog.  Een bekende verbeelding van een transformatie vormen twee opvolgende S-curves, waarbij de onderste krul van de tweede S inhaakt op de bovenste van de tweede S: de nieuwe weg omhoog. Tenminste als je het goed aanpakt. Anders wijst de bovenste krul van de eerste S de alternatieve route: de weg naar beneden.

Het oog van de orkaan is precies de cirkel die beide s-en vormen. En nu kan het alle kanten op. Het is een beetje zoals Cruijff zei over Italianen: je kunt niet van ze winnen, maar wel van ze verliezen. Met de uitgangspositie waar Nederland in zit kunnen we het eigenlijk alleen maar verpesten. En met uitgangssituatie bedoelen we: een hoog opgeleide bevolking, een van de grootste economieën en welvarende samenlevingen, de toegangspoort van Europa, in het hart van het Europese industriële gebied, een toonaangevende kennisvoorsprong in tal van economische en maatschappelijke sectoren. Daar moet toch iets van te maken zijn?

Van politiek leiderschap vraagt dit om tenminste drie zaken: een eerlijk verhaal, verankering in vaste waarden en een verbeelding van een stip aan de horizon. Zo bezien is de gereedschapskist van de Partij van de Arbeid al aardig gevuld. Zaak is om geen losstaand verhaal neer te zetten, maar de trilogie af te ronden waar we sinds een paar jaar samen aan schrijven.

Op 1 juni hebben de Uylianen, zoals deelnemers aan de Den Uyl Leergang zijn gaan heten, een goed gesprek gevoerd met Ad Melkert, die op dit moment de commissie leidt die met linkse oplossingen moet komen die de weg uit de crisis leiden. Links staat voor ons voor een samenleving waarin waarden zoals verwoord in het Van Waarde project. Omdat een samenleving uiteindelijk een verzameling van levensverhalen is waarin iedereen meetelt.

Ad Melkert maakte ons deelgenoot van de vijf denklijnen die de commissie voor ogen staan, met een horizon van vijf tot tien jaar:

  1. Gedeelde groei binnen Europa
  2. Een beeld van de economie van de toekomst, met de rol van banken daarin
  3. Bescherming van bronnen
  4. Ruimte om arbeid en zorg te combineren in tijden van vergrijzing en noodzakelijk productiviteitsstijging
  5. Radicale gedachten om het belastingsysteem aan te passen, onder andere vermindering van last op arbeid.

Als groep zijn wij allen actief in de lokale politiek, als wethouder danwel als volksvertegenwoordiger. Dagelijks komen we in aanraking met de zorgen van bewoners. Vaak klein, soms ook groot. Sommige vragen om een lokale aanpak, andere weer nationaal of Europees. Graag hebben we de uitnodiging opgepakt om vanuit die dagelijkse ervaring de commissie de nodige munitie en ideeën te voorzien. Per punt staan deze hieronder weergegeven.

Alle hens aan dek

Maar eerst nog even dit. Het is inmiddels tamelijk clichématig om te beginnen over het bekende SCP-onderzoek dat vond dat de Nederlander vindt dat het met hem goed gaat, maar met ons slecht. Toch mag dit onbehagen niet onbesproken blijven. Om de weg uit de crisis te vinden, is het alle hens aan dek. Vertrouwen krijgen dat er iets van te maken valt. Wat van iedereen die kan vraagt om de schouders eronder te zetten.

Het onbehagen vindt onder meer zijn bron in de vraag wie nou eigenlijk waar in de cockpit zit. Of krasser uitgedrukt, zoals Marc Chavannes doet: niemand regeert. Wie is verantwoordelijk, wie is aanspreekbaar. Zoals Chavannes het beschrijft hebben we de samenleving en publieke sector inmiddels zo ingericht onder een dikke management leemlaag dat de menselijk maat verloren is gegaan en niemand nog het gevoel heeft grip te hebben op de instituties die toch eigenlijk ‘van ons’ zijn. Nederland ging in de uitverkoop, zijn we er nou met zijn allen iets beter van geworden. Behalve dan de bestuurslaag met zelfs in deze tijd nog stijgende salarissen.

Het is koren op de molen van de ‘verongelijkte’, zoals Tom Pauka de groep beschrijft waar de sociaal-democratie traditioneel voor zei op te komen, maar steeds meer uit het zicht geraakt is. Uit onze canvas-acties maken we op dat de verbinding wel degelijk weer te maken is. En zeer op prijs wordt gesteld. Linksom de weg uit de crisis vraagt ook van de partij banden met traditionele achterbannen weer aan te halen.

Pieter Winsemius beschrijft vier groepen burgers. Een onderlaag van gezagsgetrouwen en afgehaakten, de verongelijkten en een bovenlaag van verantwoordelijken en pragmatici. Alarmerend is de trend dat de groep verantwoordelijken afneemt ten gunste van de pragmatici. En daarmee de groep die maatschappelijk leiderschap toont en verantwoordelijkheid neemt.  Hoe kunnen we de groep pragmatici, uitgerust om dragers van de samenleving te zijn, verleiden om weer meer dan alleen de eigen boontjes te doppen?

Het doorbreken van afhaken, wegkijken en grip verliezen vraagt meer dan een leuze als ‘fatsoen moet je doen’. Van politici die de PvdA vertegenwoordigen verwachten we een ‘er op af’-mentaliteit zoals belichaamd door Lodewijk Asscher en zijn opvolger Pieter Hilhorst. Het streven van Hans Spekman om weer te groeien naar een partij met 100.000 leden moet ook in dit licht worden bezien. En geef die leden dan ook de mogelijkheid om de handen voor de publieke zaak uit de mouwen te steken. In ombudsteams, buurtwachten of zorgcommunities. Instellingen die het publieke belang dienen moeten op zoek naar creatieve manieren – anders dan vergadercircussen – om burgers, bewoners en gebruikers weer te betrekken en zeggenschap te bieden.

  1. 1. Gedeelde groei binnen Europa

Kort na het uitbreken van de crisis in Griekenland bezocht oud-president Clinton Nederland, om precies te zijn het Friese plaatsje Achlum. Zijn antwoord op de vraag hoe om te gaan met Griekenland was kort. Als de geschiedenis iets leert, is dat klein het aflegt tegen groot. In these times, we have to widen our circle of solidarity, aldus Clinton. Wellicht geen populaire boodschap in deze tijden, maar wel het uitgangspunt dat past bij de sociaal-democratie.

Tijdens een top van het IMF in april van dit jaar, liet Europa bij monde van de Duitse Minister Schläuble weten, dat de wereld van dit continent de komende jaren weinig te verwachten heeft. ‘Wie denkt dat Europa als aanjager van de groei zal fungeren, moet ik toch gebrek aan realisme verwijten.’ Behalve dat de eurozone de gevolgen van de muntcrisis zal moeten overwinnen, zullen andere factoren volgens Schäuble de groei beperken: de dure sociale stelsels, de vergrijzing van de bevolking en de fragmentatie van het continent.

Als je er niet meer in gelooft, prima, maar ga dan wat anders doen. Waarom zou Europa met zijn kennisintensieve hartland, dat grofweg loopt van London tot Milaan, met een nog nauwelijks benut potentieel van de uitbreiding naar het oosten, met een inderdaad vergrijzende bevolking maar tegelijkertijd een jonge maar hoog opgeleide generatie in Zuidelijk Europa die nu nog met zijn duimen zit te draaien, zijn ambitie loslaten om één van de innovatieve groeimotoren van de wereldeconomie te zijn?

Naar een unie van solidariteit met een sociale investeringsagenda

Alle aandacht gaat op dit moment uit naar het op orde brengen van overheidsbegrotingen. De fragmentatie van het continent waar Schläube over spreekt, is een rechtstreeks gevolg van deze oplossingsrichting die wordt gekozen. De wijze waarop Noord en Zuid tegenover elkaar staan, lijkt eerder op een unie van wantrouwen dan een unie van solidariteit, waar Clinton over sprak. Tegelijkertijd neemt de jeugdwerkloosheid in het Zuiden schrikbarende vormen aan. In een sociaaldemocratische oplossing zou ook daar aandacht voor moeten zijn. Als voorbeeld: één op de drie Spanjaarden verlaat het secundair onderwijs zonder diploma. Dit vraagt niet alleen om een bezuinigingsagenda maar ook om een sociale investeringsagenda. In het onderwijs, in de jonge generatie die in het Zuiden de eigen economie kan opbouwen, danwel met een diploma in het Noorden aan het werk kan.

Ontspannen over arbeidsmigratie

Naïviteit bij de arbeidsmigratie in de jaren ‘60 en ‘70 heeft niet alleen gezorgd voor een ‘multicultureel drama’  maar ook het denken over kansen van arbeidsmigratie volledig op slot gezet. Ook nu nog: zet Nederland een volslagen naïef toeslagensysteem op dat van de gelegenheid de dief maakt, dan moet ineens het vrije verkeer van personen in Europa het ontgelden. Dat is dus twee keer dom. We hebben migratie nodig en dat vraagt om slimmere verzorgingsstaatarrangementen die misbruik voorkomen in plaats van in de hand werken. De beroepsbevolking neemt minder toe dan er aan laaggeschoolde arbeidsvraag (thuiszorgers, schoonmakers, landarbeiders) bij komt.

Linksom de crisis uit, hoezeer dat ook tegen de heersende opinie in is, vraagt om nadenken over hoe we migratie naar Nederland op gang krijgen. Kijk naar een Greencard systeem als in de Verenigde Staten. Of laat je inspireren door ideeën uit het boek Let their people come  van Harvard-econoom Lant Pritchett. Samengevat: arbeidsmigratie is beste medicijn tegen wereldarmoede. Immigratie is bovendien goed voor de Nederlandse economie. Maar dan moeten we wel af van een paar idées fixes. Niet iedereen die hier komt werken, moet meteen Nederlander worden en aanspraak maken op een uitkering.

  1. 2. Een beeld van de economie van de toekomst, met de rol van banken daarin

De hoogste tijd dat de Partij van de Arbeid weer aandacht schenkt aan de productieve kant van de economie. Zolang het verdienen vanzelf ging, konden we volop aandacht geven aan verdelen en verzorgen. Maar de verdienkracht is geen vanzelfsprekendheid meer. Terwijl de potentie zeker aanwezig is.

Nederland als hub van innovatie en ondernemerschap

In 2010 schetste het CPB vier scenario’s voor de wereldeconomie. We groeien naar een wereld van compacte gemengde steden (‘Stockholm’), een wereld met een beperkt aantal gemengde megasteden als knooppunt (‘Shanghai’), een wereld met gespecialiseerde wereldsteden (‘Detroit’) of een wereld met een veelheid aan gespecialiseerde ‘talent towns’ (‘Eindhoven’).

Wie goed naar Nederland kijkt, ziet een potentieel Shanghai met vele talent towns. Bijvoorbeeld nieuwe technologie in Enschede, high tech in Eindhoven, food & flowers in Wageningen, life sciences in Leiden, watertechnologie in Leeuwarden, creatieve industrie rond Amsterdam, logistiek in Rotterdam en bij Schiphol. Omdat innovatie vooral plaatsvindt op de grensvlakken van technologiegebieden, maakt dit Nederland tot een unieke hub van innovatie en ondernemerschap. Gelegen op een unieke plek in Europa: niet alleen als toegangspoort, maar ook in het hart van de industriële band die grofweg loopt van Londen tot Milaan.

Zeker, de Nederlandse economie zit in zwaar weer. En de internationale concurrentie neemt toe. Maar laten we niet vergeten dat we hier een enorme voorsprong hebben op landen als China, India en Brazilië. Wat alle somberaars daar ook over zeggen: als je gewoon je ogen open doet zie je stuk voor stuk bedrijven en organisaties die aan de wereldtop meespelen. Niet alleen het grootbedrijf, maar vooral een ecosysteem van midden- en kleinbedrijf, de motor van onze economie en de grootste bron van werkgelegenheid. Wie zijn iPhone openbreekt, vindt vele technische snufjes die hun oorsprong vinden in Brainport. En wie zich afvraagt waar toch dat flexibele witte draadje van zijn headset vandaan komt, hoeft niet ver te zoeken: een innovatie van de chemici van DSM.

De schouders onder een duurzaam perspectief: Duurzaam Deltaplan

De wereld schreeuwt om duurzame oplossingen en het Nederlandse bedrijfsleven meet met de grote diversiteit aan technologiegebieden alles in huis om daarvoor de nodige antwoorden te bieden. Nederland als proeftuin voor duurzame innovaties, die vervolgens internationaal vermarkt kunnen worden. Net zoals we onze voorsprong in waterbouw internationaal uitnutten en onze voorsprong op landbouwtechnologie.

Kennelijk komt dat niet spontaan op gang. Een Duurzaam Deltaplan zou de overheid een perspectief kunnen schetsen van de verduurzaming van Nederland waar bedrijven en kennisinstellingen met elkaar de technologieën voor ontwikkelen. Geen kanalen graven of bossen planten zoals in de jaren dertig, maar met elkaar de economie een slinger geven door de schouders te zetten onder duurzaamheid. Het woord Deltaplan is hier op zijn plaats: al was het maar om dat we bij een stijging van de zeespiegel als eerste kopje onder gaan.

Investeer in onze kennisvoorsprong

Cruciaal is onze kennisvoorsprong. Natuurlijk, India en China hebben goedkopere arbeidskrachten. En dat is prima om grote hoeveelheden stuksgoederen te produceren. Maar innovaties, prototypes, nieuwe uitvindingen en producten komen hier vandaan. Nog steeds. Kijk naar Brainport rond Eindhoven. Kijk naar de creatieve industrie rond Amsterdam. Kijk naar de logistieke sector of de maritieme maakindustrie. Of de bioscience rondom Leiden. We hebben een kennisvoorsprong van jaren. Zo niet decennia. Die moeten we vast zien te houden. Dat die innovatie duurzaam moet zijn, hoef je in het huidige Nederlandse bedrijfsleven echt niet meer uit te leggen.

Het is een groot misverstand dat de kenniseconomie alleen vraagt om bollebozen die achter een laptop zitten. Het vraagt ook om maakindustrie met technisch geschoold personeel die van die uitvindingen concrete producten kunnen maken. Mensen die met hun handen willen werken hebben we net zo hard nodig.

Dat betekent investeren in innovatie. Dus niet het mes zetten in wetenschappelijk onderzoek maar het niveau hoger proberen te krikken. Dat betekent investeren in scholen voor een hoogopgeleide arbeidsbevolking. Hoogopgeleid betekent by the way niet alleen universiteit. Maar ook ambachtsscholen waar mensen een technisch vak kunnen leren.

  1. 3. Ruimte om arbeid en zorg te combineren in tijden van vergrijzing en noodzakelijk productiviteitsstijging

Nederland vergrijst de komende jaren. Dat betekent niet alleen dat we minder mensen aan het werk zullen hebben, het heeft ook als gevolg dat meer zorg geboden zal moeten worden aan een steeds groter wordende groep. Ouderdom gaat nu eenmaal gepaard met chronische ziekten en veel behoefte aan zorg. Als we niets doen zullen de zorgkosten die nu al het merendeel van de begroting opslokken alleen maar toenemen.

Dit is een ontwikkeling die vraagt om een visie en het tijdig nemen van maatregelen om crisis te voorkomen over een jaar of 10 a 15.

Dring de zorgkosten aanzienlijk terug, zet in op preventie, vraag mensen meer voor elkaar te zorgen en maak het mogelijk om gedurende je loopbaan te kunnen sparen voor een algemeen zorgverlof.

De zorgkosten moeten teruggedrongen worden. Dit kan onder andere door de verdergaande medicalisering van de zorg een halt toe te roepen, mensen te vragen meer voor elkaar te zorgen en in te zetten op preventie van ziekten in plaats van de eenzijdige blik op curatie. Bij deze operatie is het van belang om wel scherp voor het oog te blijven houden dat mensen soms ook gewoon pech kunnen hebben in hun leven. En pech kan een ieder overkomen.  Er zal altijd een vangnet beschikbaar moeten blijven voor de mensen met pech en of chronische (aangeboren) aandoeningen.

Het zittend kabinet grijpt in de oplopende zorgkosten vanuit de filosofie dat mensen meer en vaker voor elkaar zouden moeten zorgen (eigen kracht) en hierin een eigen verantwoordelijkheid dienen te nemen. Zorg wordt nu dicht bij de mensen georganiseerd, gemeenten krijgen hierin de verantwoordelijkheid en er is inzet op preventie. Voorkomen is immers beter dan genezen.  Er is veel protest in de samenleving tegen deze nieuwe beweging in de zorg. Mensen snappen wel dat het moet maar zijn of niet bereid hiervoor zelf in te leveren of om verworvenheden uit het verleden op te geven. Zaak is om koersvast te blijven, in gesprek te blijven en oog te blijven houden voor schrijnende situaties. Een deel van de protest komt ook gewoon voort uit de angst voor verandering. Mensen houden nu eenmaal niet van verandering. We zijn nu eenmaal gewend geweest dat voor ieder kwaaltje of vorm van hulp en/of ondersteuning bij de overheid aangeklopt kon worden. Die tijden liggen nu mijlenver achter ons. Dat moeten we blijven communiceren en met burgers over in gesprek treden.

Om het mogelijk te maken dat we kunnen werken en voor onze naasten zorgen als zij dat nodig hebben, is het nodig dat een regeling komt.  Deze regeling dient het mogelijk te maken om te kunnen sparen voor tijdelijk of langdurig verlof om een naaste te kunnen verzorgen.  Dit geldt voor zowel de hoge inkomens, als voor de midden en lage inkomens. Dit zal ook financiële consequenties hebben. Gedurende je werkzame leven geniet je minder inkomen maar je spaart wel verlof tijd op die je op het moment dat het nodig is kan opnemen. Hetzelfde als wat nu gebeurt met zwangerschapsverlof zal dat straks gaan gelden voor een algemeen zorgverlof.

  1. 4. Radicale gedachten om het belastingsysteem aan te passen, onder andere vermindering van last op arbeid.

Bij het onderdeel beeld van de economie van de toekomst is er aangegeven dat we als Partij van de Arbeid weer aandacht moeten besteden aan de productieve kant van de economie. Deze roep geldt ook voor de belastingen. Als het gaat om het innoveren, een boost geven aan de werkgelegenheid en ondernemerschap bevorderen speelt de vraag hoe het met de belastingen staat een grote rol.

Werknemers zullen niet harder gaan werken als zij weten dat ze er netto niet op vooruit gaan, hoe mooi het inkomen er bruto uitziet. Jonge ondernemers zullen niet gaan innoveren als zij geen aanspraak kunnen maken op faciliteiten zoals de innovatiebox. Sociale ondernemers met oog voor milieu en arbeid naast het doel winst behalen zullen investeringsbesluiten voor het overgrote deel baseren op de fiscale mogelijkheden die er zijn.

Dit zijn  drie groepen die wij als sociaal democraten aan ons kunnen binden door juist die randvoorwaarden voor hen te creëren om deel te nemen aan de economie en voor die stimulans te zorgen die nodig is om uit de crisis te komen.

Vereenvoudiging van het stelsel op directe belastingen

Het Nederlands belastingstelsel op het gebied van directe belastingen is ingewikkeld en werkt niet efficiënt.  In de inkomstenbelasting kennen we vele aftrekposten en heffingstoeslagen om het stelsel te kunnen baseren op het draagkrachtbeginsel van de sterkste schouders, zwaarste lasten.

Hierin zijn we als Nederland niet helemaal in geslaagd omdat het grootste gedeelte van de verdieners in Nederland in het middensegment zitten en juist daar de lasten het zwaarst zijn. Zij dragen de zwaarste lasten maar hebben niet allemaal de sterke schouders waar wij vanuit gaan.

Een vereenvoudiging van het belastingstelsel is nodig, niet alleen voor de belastingbetaler om te begrijpen wat er allemaal gebeurd maar ook voor bijvoorbeeld werkgever die bij elke nieuwe ingreep, zijn administratieve lasten ziet stijgen.  Een begin hieraan is het radicaal ingrijpen in het aantal aftrekposten en heffingskortingen.

In de aftrekposten wordt er al ingegrepen door de nieuwe regels voor de hypotheekrenteaftrek.  Deze aftrekpost was rond 2001 makkelijk af te schaffen geweest maar nu is afbouwen ervan de enig mogelijke oplossing.

In de heffingskortingensfeer zijn er talloze kortingen voor verschillende doelgroepen gecreëerd in de loonbelasting als in de inkomstenbelasting. Van deze kortingen bereikt maar een klein deel de doelgroepen.  De reden is omdat de heffingskortingen niet tot een negatief belasting mogen leiden, oftewel een uitbetaling ervan. Dit houdt in dat minima waarvoor de meeste kortingen bedoeld zijn geen aanspraak op ze kunnen maken.  Dit is het verzilveringsproblematiek dat nu eindelijk aangepakt moet worden. We kunnen mensen niet verheffen als de instrumenten hiervoor niet de juiste keuzes zijn voor verheffing.

Aanpak van verschil tussen belasting op arbeid en kapitaal

In de afgelopen jaren is er een groot verschil ontstaan in de opbrengsten met de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting. Waar de inkomstenbelasting goed is voor ongeveer 46mld, brengt de vennootschapsbelasting maar 15mld op[1].  De lasten op arbeid zijn gestegen en de lasten op winsten van vennootschappen is gedaald.

Een reden hiervoor is dat Nederland een aantrekkelijk vestigingsklimaat wil hebben voor bedrijven. Naast het lage tarief kennen wij voor bedrijven goede faciliteiten zoals de renteaftrek, deelnemingsvrijstellingen en geen belastingen op rente en royalty’s. Dit heeft Nederland tot een  (kapitaal)doorstroomland gemaakt.

Met de crisis in het oogschouw is het van belang om toch na te denken of bedrijven wel hun fair share aan belastingen betalen. Terwijl de gewone werknemer de lasten zag, stijgen hebben vennootschappen alleen een uitbreiding van de faciliteiten gezien.

Nu is het moeilijk om als Nederland alleen de belastingen op winst te verhogen terwijl omringende landen binnen de EU hun tarieven laag blijven houden of zelfs verlagen.  De problemen met belastingparadijzen en belastingontduiking maken ook een deel uit van het denkproces over de belastingen.  Te vaak wordt er nu geroepen dat Nederland een belastingparadijs is maar dat is niet zo Nederland is een verdragenparadijs. Ons land kent verdragen met ongeveer 90 landen.  Voor een bedrijf is het aantrekkelijk om hier te vestigingen omdat het toegangskaartje tot de verdragen  het inwonerschap van Nederland[2] is. Toegang tot de verdragen levert veel meer mogelijkheden op en maakt het vestigingsklimaat van Nederland alleen maar beter voor een internationaal opererende bedrijf.

Coördinatie van de 28 belastingstelsels in de EU

Binnen de EU hebben wij pogingen gewaagd om tot een interne markt te komen zonder al te veel pogingen om tot echte belastingcoördinatie te komen. We hebben een interne markt met 27, nu 28 verschillende belastingstelsels. Deze stelsels zijn ook nauwelijks op elkaar afgestemd waardoor het voor bedrijven die in de verschillende landen actief zijn makkelijk is om de mazen te vinden en deze af te stemmen om zo tot een zo laag mogelijk te betalen belasting te komen. Alleen met coördinatie in de EU kunnen we de agressieve taxplanning tegen gaan en niet alleen met de bestaande richtlijnen zoals we die nu kennen[3]. De gang naar uiteindelijke één Europese belastingstelsel is niet makkelijk en zal helaas in etappes moeten gaan zoals het invoeren van een EU modelverdrag te coördinatie van de verschillende belastingsystemen en  betere mogelijkheden tot informatie-uitwisseling tussen de verschillende landen.

Dubbele belasting bij grensoverschrijdende situaties

De coördinatie is niet alleen nodig om ervoor te zorgen dat dubbele niet-belasting[4] wordt aangepakt maar ook de problemen met dubbele heffing vooral op het gebied van arbeid moeten worden aangepakt. Door onze ligging als land is het voor diegenen die dat willen erg aantrekkelijk om in Nederland te wonen maar over de grens te gaan werken. Dit is aantrekkelijk tot het moment daar komt dat je over hetzelfde inkomen in Nederland en in bijvoorbeeld Duitsland wordt belast waardoor er een situatie van dubbele belasting ontstaat en daarmee ook een discriminatie van een van de EU vrijheden. In veel van de dubbele heffingsgevallen  heeft het Hof van Justitie EU uitspraak gedaan maar er zijn nog steeds veel gevallen waarin deze problemen zich voordoen en mensen geen zin hebben in de rechtsgang om hun gelijk te krijgen.  Om het aantrekkelijk te blijven houden en het een keuze te laten blijven om te werken over de grens is het van belang dat deze problemen worden aangepakt.


[1] Zie overzicht miljoenennota

[2] Conform het OESO modelverdrag

[3] Moeder-dochterrichtlijn, spaarrenterichtlijn, rente- en royaltyrichtlijn en de fusierichtlijn.

[4] Situatie waarbij door grensoverschrijdende activiteiten een persoon ( arbeider of bedrijf) in de verschillende landen niet wordt belast.


Reageer!





MIjn laatste tweets

Categorieën

Categoriën