Download pdf

Op 8 mei 1993 werd een grote studentendemonstratie in Den Haag, gericht tegen het beleid van PvdA-minister Jo Ritzen hardhandig uiteen geslagen. Burgemeester, minister en politie wasten hun handen in onschuld. Het markeert het moment dat binnen studenten- en jongerenorganisaties het idee ontstond om met een zelfstandige jongerenpartij het establishment te lijf te gaan.

Toen een jongerenpartij niet haalbaar bleek, boden twee van de voorvechters, Lennart Booij en Erik van Bruggen, PvdA partijvoorzitter Felix Rottenberg per brief hun diensten aan. Rottenberg zag daar wel wat in. Hij had tijdens de Maagdenhuisbezetting van mei 1993 gezien dat het politieke engagement onder de ‘Generatie Nix’ nog springlevend was, maar had tegelijkertijd geconstateerd dat de PvdA nauwelijks aansluiting vond bij deze jongeren.

De jonge generatie voelde zich niet aangesproken door het traditionele getrapte partijmodel waarin je jezelf via afdelingen en gewesten kon opwerken in de gelederen. Zij wilden meepraten over grote vragen waar de Nederland en de wereld voor stond, op niveau, daarbij hun eigen kennis en ervaring inbrengend. Toenmalige partijorganisaties voorzagen daar niet in.

Even leek het nieuwe GroenLinks in dat gat te duiken, totdat de jongeren in de verkiezing van Ina Brouwer en Mohammed Rabbae als dou-lijsttrekker boven het populairdere duo Paul Rosenmöller en Leonie Sipkes een teken zagen dat ook in deze partij het oud-linkse, politiek-correcte denken nog de boventoon voerde. Rottenberg sloeg een andere, uitnodigender, toon aan.

Aanschuiven
Booij en Van Bruggen werden uitgenodigd om ‘aanschuifconferenties’ te organiseren, waarbij jongeren en studenten met politici en opinieleiders in gesprek konden gaan. Dat bleek aan te slaan. Op een jongerenconferentie in de gebouwen van de Katholieke Universiteit Tilburg, najaar 1995, kwamen 800 jongeren af. Wim Kok, sinds een jaar leider van het eerste Paarse kabinet, opende de dag en ging in gesprek met drie jongerenvertegenwoordigers.

‘Niet Nix’ was geboren. In oktober 1995 gingen werkgroepen van start om toekomstvisies te formuleren op uiteenlopende thema’s als economie, onderwijs en milieu. Een tweede ‘Toekomstfestival’, september 1996 in de Amsterdamse Oudemanhuispoort, kende een nog grotere opkomst. Wim Kok gaf weer acte de présence maar was duidelijk minder goed geluimd dan het jaar daarvoor. Op een vraag van voormalig LSVb-voorzitter Kysia Hekster wat het Paarse kabinet eigenlijk deed voor jongeren kwam hij niet verder dan een antwoord over jeugddetentie. Tot hilariteit van de zaal.

Het werd tijd om de ideeën vast te leggen in een pamflet. ‘Niet Nix. Ideeën voor de Partij van de Arbeid’ werd in december 1996 gepresenteerd in de Rode Hoed en leidde tot een ware mediahype.

Geen macht, wel invloed
Waar stond Niet Nix voor? Sommigen spraken over ‘Paars in een hogere versnelling’. Er werd stevig afgezet tegen traditioneel links. Vóór marktwerking, vóór een activerende sociale zekerheid, tegen vakbonden die zich vooral richtten op het bewaken van gevestigde belangen. En ook het zingen van De Internationale aan het slot van PvdA-congressen moest onmiddellijk stoppen.

Het publiceren van een pamflet was afgekeken van de voorgangers van Nieuw Links die eind jaren zestig ‘Tien over Rood’ publiceerden. Verder zette Niet Nix zich juist af tegen de eerdere partijbestormers. Waar Nieuw Links de zittende generatie uit het zadel wilde wippen, spraken Niet Nixers over ‘geen macht, wel invloed’. Hun pamflet was een ‘liefdesverklaring aan de PvdA’. Ze ambieerden geen plek op het pluche, maar wilden vooral serieus genomen worden. Ook inhoudelijk stond het sociaal-liberale Niet Nix haaks op het statelijke denken van Nieuw Links.

Niet Nix liet vooral zien dat jongeren nog steeds zeer geëngageerd waren, maar op een andere manier politiek actief wilden zijn. De Niet Nix-festivals waren een inspiratiebron voor latere politieke manifestaties als Cool Politics of de Lowlands University. Een andere vernieuwing waren de ‘detective-projecten’, waarbij Niet Nixers het land in trokken om in gesprek met kiezers maatschappelijke problemen en hun oplossingen op het spoor te komen, om deze op de politieke agenda te plaatsen. Voor het eerste detective-project togen Niet Nixers naar Texel waar met Texelaars onder meer werd gesproken over duurzamer omgaan met de Waddenzee. Uitgangspunt was: niet praten tegen, maar luisteren naar kiezers. Geen grote congressen, maar kleinschalig de buurt in. Het plaveide de weg richting ‘Meer rood op straat’ en het canvassen dat tegenwoordig hoog in het vaandel staat. Ook experimenteerde Niet Nix met rechtstreekse ledenraadplegingen. Een telefonische enquête op basis van stellingen, mogelijk gemaakt door nieuwe dienst waar KPN met Niet Nix in 1998 mee wilde experimenteren, sneuvelde op de portokosten van 50.000 gulden. Een raadpleging met behulp van de Chipknip, opgezet met de Rabobank tijdens het Toekomstfestival in 1997, vond wel doorgang.

Discussiepartij
De meest in het oog springende vernieuwing was het ‘Vlugschrift’, een faxnieuwsbrief onder de bezielende leiding van Tino Wallaart, dat iedere zondag werd bezorgd bij journalisten en andere ‘sympathisanten en criticasters’. Het was geïnspireerd op het Russische Interfax dat tijdens de Perestrojka de Pravda uitdaagde. Hierin was duidelijk de hand van Rottenberg terug te zien. Hij geloofde in de PvdA als discussiepartij. Kiezers zouden meer geïnteresseerd zijn in een partij die ook intern de discussie aangaat dan in ‘koekoek één zang’. Gouden greep was de zondagse verzending. De nieuwsluwte van het weekend maakte dat de interne partijdiscussies regelmatig de kolommen van de maandagkranten haalden. Tegelijk voorzag ook dit initiatief in een behoefte van jonge partijleden om op een andere manier actief te worden. Via de festivals, de werkgroepen en het Vlugschrift wist Niet Nix een bestand op te bouwen van ruim 4000 geïnteresseerden en 500 actieve jongeren.

Niet iedereen was enthousiast. Marcel van Dam sprak over ‘softies’, omdat Niet Nix niet op macht uit was, maar alleen wilde meediscussiëren. Partij-ideoloog Bart Tromp sprak zelfs over ‘Rottenberg Jugend’. De kritiek van hem, maar ook van de latere voorzitter Ruud Koole, kwam voort uit het belang dat zij hechtten aan de getrapte partijdemocratie. Beslissingen via die weg zouden meer gedragen zijn, dan standpunten die via discussiebijeenkomsten of rechtstreekse ledenraadplegingen tot stand kwamen. Des te opmerkelijker was het daarom dat juist Ruud Koole als partijvoorzitter de rechtstreekse verkiezing van de partijleider introduceerde. Zo werd Wouter Bos in het najaar 2002 als eerste rechtstreeks door de leden gekozen.

Witteboordencriminelen
In 1999 werd Niet Nix met een opheffingsfeest in Paradiso ten grave gedragen. De beweging begon vast te lopen. Toenmalig voorzitter Karin Adelmund hield Niet Nix wel uit de wind, maar had er duidelijk minder mee dan Rottenberg. Tijdens de campagne van 1998 wilde de campagnecommissie liever de gelederen gesloten houden dan de openlijke discussies die Vlugschrift nog iedere zondag de wereld in slingerde. In partijcommissies en bij congressen werd inmiddels steevast een Niet Nixer uitgenodigd. Baantjesjagers begonnen de Niet Nix route te ontdekken. De gooi naar het partijvoorzitterschap die Booij en Van Bruggen deden, begin 1999, werd ook niet door alle Niet Nixers gewaardeerd. De beweging die niet uit was op macht maar op invloed, was teveel deel van het establishment was geworden, zo vond de inner circle. Toenmalig coördinator Edith Mastenbroek, die persoonlijk een andere mening was toegedaan, deed verslag aan columnist Martin Bril die dit cafégesprek in een column vereeuwigde.

Oprichter Booij knoopte aan de opheffing het voornemen vast om als ‘netwerk van witteboordencriminelen’ actief te blijven. Dat is gebeurd. Tot de dag van vandaag treffen Niet Nixers elkaar, maar ook nu natuurlijk zonder vaste structuur of frequentie. Verschillende voormalige Niet Nixers zijn actief geworden in de politiek, zoals Europarlementariër Edith Mastenbroek, Tweede Kamerlid Jan Vos en staatssecretaris Frank Heemskerk. Diederik Samsom behoorde tot de ‘buitenring’, evenals Joris Luyendijk en Boris van der Ham (D66). Wel actief participeren in bijeenkomsten, maar geen partijlid omdat ze dat niet bij hun toenmalige rol als Greenpeace-activist, journalist of jonge democraat vonden passen. Ook dat sloot volgens Niet Nix aan bij het ideaal van een open partij dat voor ogen stond.

Ido Verhagen is bedrijfsadviseur voor Boer & Croon en was tijdens de Niet Nix periode als politiek coördinator actief voor De Balie. Om die reden verkoos hij een rol in de ‘buitenring’.

Hij schreef dit ‘lemma’ voor de Rode Canon in het kader van de Den Uyl Leergang. Met dank aan Tino Wallaart.


Reageer!





MIjn laatste tweets

Categorieën

Categoriën