Mijn laatste bijdrage in de stadsdeelraad van Amsterdam Centrum

Voorzitter,

Ik ben de laatste om te gaan bakkeleien over procedures. Procedures zijn er om helderheid te verschaffen en niet om elkaar mee om de oren te slaan of het leven zuur te maken.

Maar als er een situatie ontstaat die ik nog maar met grote moeite uit kan leggen. Die ik zelf nog ternauwernood kan volgen. Die zelfs argwaan voedt, dan laat mij dat geen andere keus.

Ik heb drie punten die ik graag aan het Dagelijks Bestuur wil voorleggen. Maar staat u me toe een poging te wagen in gewone mensentaal uit te leggen wat hier gebeurt.

Het gaat hier om de beoordeling van een bouwplan. Hoe moeilijk kan het zijn?

Het begint ermee dat de wetgever het ons niet gemakkelijk maakt. De de nieuwe wet over ruimtelijke ordening, de WABO, heeft precies omschreven welke bouwplannen door het dagelijks bestuur kunnen worden afgedaan, zonder bemoeienis van de raad. Alles wat daar niet onder valt, moet aan de raad worden voorgelegd. De raad kan dan, als het plan voldoet aan haar beleidskaders, een verklaring van geen bedenkingen afgeven.

Nou hebben we met elkaar geconstateerd dat dit leidt tot een enorme berg aan bouwaanvragen waar de raad een uitspraak over moet doen. En dat willen we niet. Want soms is het klip en klaar dat een bouwplan voldoet aan beleid van de raad. Of dat iets wat complex lijkt, eigenlijk heel simpel is. En dan is een zelfstandig oordeel van de raad nergens voor nodig.

Daarom hebben we met elkaar in dit stadsdeel spelregels afgesproken. Op basis van praktijkvoorbeelden hebben we een lijst opgesteld van categorieën. Als een bouwplan onder een van die categorieën valt, dan hoeft dat niet aan de raad te worden voorgelegd. De beoordeling daarvan is aan het dagelijks bestuur.

En omdat het natuurlijk voor kan komen dat het dagelijks bestuur vindt dat een bouwplan onder een categorie valt, maar de raad daar anders over denkt, hebben we een veiligheidsclausule bedacht. Dan kunnen we ‘piepen’. Daarmee zegt de raad: wij willen er toch graag over spreken.

Deze spelregels kunnen nog steeds op de steun van de PvdA fractie rekenen.

En wat gebeurt er nu?

In het concept-hotelbeleid stond de uitbreiding van het Amrath hotel opgenomen. Daarvan heeft de raad gezegd: Het hotelbeleid gaat over beleidsuitgangspunten en niet over individuele projecten. We hebben deze uitbreiding dus geschrapt uit het hotelbeleid. Niet omdat we tegen een hotel op deze plek waren, daar hebben we geen uitspraak over gedaan, maar omdat we in een beleidsplan geen uitspraken doen over individuele plannen. Daar hebben we normale procedures voor.

En die normale procedure is in dit geval van het Amrath Hotel: (1) er wordt een bouwaanvraag ingediend (2) er wordt vastgesteld dat daarvoor een verklaring van geen bedenkingen nodig is van de raad (3) de raad spreekt daar over en geeft die verklaring af of doet dat niet.

En wat doet het dagelijks bestuur? Het DB stelt geen normale procedure voor. Het DB vraagt de raad om nu alvast een uitspraak te doen over een concept plan. Zodat de raad over de uiteindelijke bouwaanvraag geen verklaring van geen bedenkingen hoeft af te geven. Want als wij nu al een besluit nemen, dan valt dit plan straks onder categorie 1. Namelijk: Projecten waarover de deelraad al een afzonderlijk besluit heeft genomen. Daarvoor is geen verklaring van geen bedenkingen nodig.

Op zichzelf is dit juridisch slim gevonden. Complimenten daarvoor.
Maar het roept wel de vraag op: waarom?

Daarmee kom op mijn eerste punt. Waarom in deze bochten wringen? Waarom is dit plan zo belangrijk? Waarom eerst proberen om via de oneigenlijke route van het hotelbeleid instemming van de raad te krijgen. En nu proberen om via dit tussenbesluit onder de verklaring van geen bedenkingen uit te komen?

Waarom volgt het DB niet gewoon de normale procedure zoals bij iedereen? Wat zijn de argumenten daarvoor? Zeker omdat we weten dat dit plan gevoelig ligt in de buurt.

Dan kan het dagelijks bestuur zeggen: ja zeg, we volgen hierbij gewoon het beleid en de procedures zoals afgesproken door de raad. Maar wij zijn van mening dat het DB extra ruimte probeert de creëren binnen de afspraken die gemaakt zijn.

En daar kunnen altijd argumenten voor zijn. Begrijp me niet verkeerd. Daar staan we ook voor open. Maar mijn vraag is: welke zijn dat in dit geval?

Voorzitter mijn tweede punt.

In de commissie heeft een meerderheid aangegeven geen voorstander te zijn van deze creatieve route. Waarom gaat het DB er toch mee door?

Voorzitter ik kom bij mijn derde en laatste punt.

Om het nog even wat gekker te maken: het Dagelijks Bestuur weet nu al dat enkele fracties dit plan zullen ‘piepen’.

Met andere woorden: waar dit besluit bedoeld is, om een discussie met de raad over de uiteindelijke bouwaanvraag overbodig te maken, weten we nu al dat die bouwaanvraag toch door de raad geagendeerd en besproken zal worden.

Voorzitter: hier raak ik het spoor bijster. Waarom zo ingewikkeld doen? Ten eerste kost het zeer veel moeite om dit nog aan betrokkenen uit te leggen. Ten tweede voedt het argwaan dat hier nog andere zaken mee spelen. Wat wordt gewonnen met deze afwijkende route?

Voorzitter,

het lijkt hier een discussie tussen rekkelijken en preciezen. Maar mijn punt is dat rekkelijk hier wel een heel rekkelijk begrip wordt. En leidt tot onhelderheid en argwaan.

Beide zaken zijn ongewenst. Omdat de PvdA fractie noch onduidelijkheid, noch argwaan wil voeden, is ze voornemens om niet in te stemmen met het besluit dat is voorgelegd.


Eén reactie

  1. Ido, Het is nog gekker geworden. Als je nog in het fenomeen procedures geïnteresseerd bent, lees het advies van de bezwaarschriftencommissie die morgenavond in de deelraad besproken wordt.

Reageer!





MIjn laatste tweets

Categorieën

Categoriën