Wie denkt dat de wereld razendsnel aan het veranderen is, heeft het mis. De wereld is al veranderd. China staat op het punt om Europa in te halen, gemeten naar de omvang van het bruto nationaal product. India bedankt het Verenigd Koninkrijk voor zijn ontwikkelingshulp. En Angola springt zelfs in de bres voor het economisch kwakkelende Portugal, haar voormalige kolonisator.

Het overzichtelijke beeld van een eerste, tweede en derde wereld ligt definitief achter ons. En daarmee ook een wereldorde waarin het geld automatisch onze kant opstroomde. Een luxe waarmee we hele volksstammen met hun vijftigste met pensioen konden sturen, we bedrijfstakken konden reorganiseren door hun werknemers in een uitkering te zetten en we vele andere dure collectieve voorzieningen overeind konden houden. Mooi was die tijd, zong Corry Konings.

Veel mooier is nog de tijd die komen gaat, al lijken we ons daar niet altijd van bewust. Ik hoorde Alexander Pechtold in een spotje voor Politieke Partijen roepen dat het na een decennium van stilstand tijd wordt om vooruit te kijken. Als je de Haagse werkelijkheid tot maatstaf neemt, zou je hem bijna gaan geloven. Eerst hadden we de puinhopen van Paars, vervolgens een serie van kabinetten met een doorloopsnelheid waar Italianen nog een puntje aan zuigen en vervolgens een mislukt minderheidsexperiment dat dacht dat we ons achter de dijken konden terugtrekken.

Ik zou liever zeggen: kijk niet alleen vooruit maar ook om je heen. En je ziet dat de rest van Nederland bepaald niet stil heeft gezeten. In de Scientific American van deze week staat Amsterdam in de top 3 van ‘Smartest European Cities’. Vorig jaar al werd de regio Eindhoven door het New Yorkse Intelligent Community Forum uitgeroepen tot slimste regio ter wereld: ‘a top technology breeding ground for innovation’. Nederlandse multinationals prijken al jaren bovenaan de Dow Jones Sustainability Index. En Harvard Business Tribune riep Philips Research uit tot ‘Best Practice in Open Innovation’.

Zouden de Amerikanen iets weten wat zich aan onze blik onttrekt? Het lijkt erop. Het Financieele Dagblad wijdt haar komende decemberdebat aan de vraag: wat als Sillicon Valley in Nederland ligt? In Californië weten ze het antwoord: dan zouden ze zich daar geen raad meer weten. Want zij halen hun brandstof voor een belangrijk deel uit Nederland. Wie zijn iPhone openmaakt, vindt vele technische snufjes die hun oorsprong vinden in Brainport. En wie zich afvraagt waar toch dat flexibele witte draadje van zijn headset vandaan komt, hoeft niet ver te zoeken: een innovatie van de chemici van DSM.

Het grootste raadsel is natuurlijk hoe wij hier in Nederland kennelijk een van de slimste hubs zijn als het gaat om innoveren, terwijl Amerikanen veel slimmer blijken om die innovaties om te zetten in succesvolle producten.

Chemici van DSM hebben zich over die vraag gebogen. Het was hen ook opgevallen dat er de afgelopen jaren een Nederlands landschap van innovatiehubs is ontstaan. Maar ook dat veel van deze hubs de business potentie die erin schuilt, op dit moment nog niet waar maken.

Grofweg zijn de hubs in twee groepen te verdelen. Ecosystemen die gegroeid zijn rond een ‘business nucleus’ (DSM/Chemelot, Philips/Brainport) en ecosystemen die gegroeid zijn rond een ‘knowlegde nucleus’ (Leiden Bio Science Park, Kennispark Twente).

De business hubs onderscheiden zich door de aanwezigheid van multinationals door een business mindset en aansluiting op mondiale business networks. Maar ze zijn daar nog wat onwennig in het beschikbaar stellen van hun kennis en IP. De kennis hubs daarentegen blinken uit in de toegankelijkheid van hun unieke kennis, maar schieten weer tekort als het gaat om hun business mindset.

Alleen als aan die twee voorwaarden is voldaan, ontstaat een exotherm groeiproces. Voor de niet-chemici onder ons: een groeiproces waar energie bij vrijkomt, in plaats van dat het energie kost. Zo ontstaat een business- en innovatiehub waar de wereld uit eigen beweging naar toe komt omdat men het gevoel krijgt: daar gebeurt het.

Amsterdam, Leiden en Eindhoven hebben dat punt van volwassenheid bereikt. Filmhuizen uit Hollywood kloppen aan bij de creatieve industrie in de hoofdstad. Internationale farmaceuten komen naar Leiden voor de medicijnen en therapieën van de toekomst. Intel en Samsung hebben voor hun chipontwikkeling de handen ineen geslagen met ASML. Achter ‘De Grote Drie’ staat nog een flinke rij hubs die zich worstelen door hun pubertijd. Werk aan de winkel dus.

Bij het nieuws dat Nederland tegen zijn triple dip aanhikt, liet de nieuwe Minister van Economische Zaken weten dat het kabinet de economie wil laten groeien door de overheidsfinanciën op orde te brengen. Het klinkt als een voornemen om de kelder op te ruimen als het dak lekt. De economie groeit als ondernemingen groeien. In deze fase vraagt dat niet om een overheid die zich terugtrekt, maar om een overheid die nog even een zetje geeft. Bijvoorbeeld door te investeren in het groeiproces van de businesshubs. Door aan te sluiten op de wereldwijde vraag naar doorbraaktechnologieën creëren we een win-win.

In de wereld die razendsnel veranderd is, is het nu zaak om positie te kiezen. Nu, niet morgen. Nederland heeft de afgelopen jaren met haar technologiehubs een unieke creatieve ondergrond voor innovatie gelegd. De kansen die dat biedt kunnen we verzilveren met een toplaag van business creatie.


Reageer!





MIjn laatste tweets

Categorieën

Categoriën