Toen de arts vertelde dat de ziekte van zijn moeder ‘progressief’ was, sloeg bij Maurice Glasman voor het eerst de twijfel toe of dat woord wel zo positief was.

Sociaal-democraten mogen zichzelf graag progressief noemen. Als het regent bij de rijken, dan druppelt het bij de armen. Dat denken. Glasman neemt daar met Blue Labour afstand van. Het smaakt teveel naar een naïef optimisme dat teveel vertrouwt op de technocratische aanpak van problemen door de staat.

Glasman was afgelopen maandag 30 januari in De Balie en zette daar zijn ideeën over de sociaal democratie uiteen.

Samen doen
‘Goed doen’ is volgens Glasman de opdracht voor de sociaal-democratie. Het beschermen van de mensen en de omgeving waarin je leeft tegen de gevaren van markt en staat. Daarvoor bestaat geen gemakkelijke weg. Het wordt niet per definitie altijd beter. Het leven gaat nou eenmaal gepaard met problemen. En daarom moet je het samen doen. Geven en nemen. Met solidariteit en wederkerigheid. Beschermen wat van waarde is. En als daarbij gemoraliseerd moet worden, dan moet dat maar. Hij schuwde het woord ‘love’ niet. Beschermen waar je van houdt.

Glasman moet weinig hebben van de markt. Uiteindelijk maakt kapitalisme van mensen en de natuur productiemiddelen, met alle problemen van dien. De commodificatie van de maatschappij. Hij had het nog niet niet over het spook dat door Europa waart. Van het communistische systeem moet Glasman overigens niets hebben – hij houdt vast aan de twee begrippen sociaal en democatie – maar dat hij zijn inspiratie vindt bij oude communistische denkers als de Hongaar Polanyi was onmiskenbaar. Het kapitalisme moet niet gemanaged worden, maar getemd. En daarbij moeten we ons vooral niet alleen verlaten op de staat als instrument.

Wonderlijk
En dat is juist wat sociaal-democraten zijn gaan doen: teveel denken in termen van staat en markt. Daarbij is vergeten dat er nog een derde macht bestaat: burgerschap. Of ‘the associative power’, zoals Glasman het noemt: de macht van vereniging. Wonderlijk, omdat de arbeidersbeweging juist zoveel verenigingen heeft voortgebracht. Denk in Nederland aan de woningbouw, vakbonden, de VARA of het verenigingsleven op lokaal niveau. De relatie met dat verenigingsleven is totaal uit het oog verloren.

Hoezeer Labour zich puur op de staat is gaan richten, drong bij Glasman door toen hij David Cameron, de conservatieve premier, deze erfenis van het verenigingsleven hoorde claimen. Cameron nam daarmee afstand van zijn illustere voorganger Margaret Thatcher nog eens gezegd zou hebben: there is no such thing as civil society.

Inmiddels zijn sociaal-democraten wel zo ver dat na een flirt met het neoliberalisme door ‘de derde weg’-denkers, afstand is genomen van het heilige geloof in marktwerking. Wouter Bos deed dat in zijn Den Uyl lezing. Maar volgens Glasman is het meteen ook de reden waarom de sociaal-democraten bijna overal in Europa aan de zijlijn staan: we are not trusted by the market and we lost the relation with normal people.

De oplossing van Glasman: grijp terug op de traditie die bestaat uit kritiek op het kapitalisme en het bij elkaar brengen van mensen rondom de publieke zaak. Ga mensen organiseren. Labour moet bestaan uit mensen die volgers hebben. Als je niet tenminste twintig mensen kunt meenemen, hoor je op posities in de partij niet thuis.

Taal der Liefde
Lodewijk Asscher was in De Balie om een reactie op het verhaal van Glasman te geven. Hij omarmde het. En dat geeft hoop. It’s about time. Want de kritiek van Glasman is niet nieuw. Sterker nog, ik hoor het al een hele tijd. Even schoot een citaat van Gerard Reve uit De Taal der Liefde door mijn hoofd: ‘dat paradijs van u, weet u wel, wordt dat nog wat?’

Begin jaren negentig studeerde ik politicologie aan de Universiteit van Amsterdam. Zoals het een rode faculteit betaamt, werd daar het neoliberalisme al fors bekritiseerd. Kennelijk nog voor dovemansoren. Ik herinner me een voor mij bepalend college waarin het werk van Hayek, de vader van het neoliberalisme, tegenover Polanyi gezet. De analyse van Polanyi heeft me gegrepen, al was ik diep teleurgesteld toen hij als oplossing bij het communisme uitkwam.

Ik doe dit even uit mijn hoofd, dus de heren geleerden draaien zich vast om in hun graf en mogelijk moet ik mijn bul inleveren: Hayek pleit voor negatieve vrijheden: vrij van alle (staats)bemoeienis. Zodra we aan positieve vrijheden gaan beginnen – bijvoorbeeld recht op een woning – leidt dat onmiskenbaar tot groei van de staat en daarmee tot ellende. Polayni zet juist haarfijn uiteen waarom je van arbeid geen productiemiddel kunt maken, zoals de markt doet. Je kunt geen voorraadje arbeid aanhouden, voor het moment dat je het nodig hebt, zoals je dat met een voorraadje grondstoffen wel kunt doen.

Waarom het neoliberale denken toch zo lang dominant bleef, werd uitgelegd aan de hand van het werk van de Italiaan Gramsci over beheersconcepties. Paradigma’s die het denken en handelen bepalen, worden in stand gehouden door instituties, zonder dat we ons daar helemaal van bewust zijn. Instituties die sinds de Tweede Wereldoorlog de markt in bedwang hadden gehouden werden sinds Thatcher en Reagan langzaam afgebroken, ten gunste van instellingen die het neoliberale denken propageerden. Het ultieme resultaat daarvan hebben we kunnen aanschouwen bij het ontploffen van het internationale bankensysteem in 2008.

In 1996 schreef Jan Marijnissen het boek ‘Tegenstemmen’ waarin hij het neoliberalisme ontrafelde en een alternatief presenteerde voor het derde weg denken van Paars. Ook zijn analyse kon ik geheel volgen, maar zijn oplossing voelde teveel als een weg terug. Daarvoor geloof ik toch teveel in het citaat ‘Als we willen dat alles blijft zoals het is, moet alles anders worden’ (Guiseppe Tomasi, De Tijgerkat).

Zelf bij Boer & Croon kwam ik delen van het denken van Glasman tegen. Van Steven de Waal, tevens lid van het PvdA partijbestuur (2001-2005), leerde ik denken in de driehoek: Markt (die verantwoordelijker moest worden), Staat (die meer maatschappelijk ondernemerschap mocht laten zien) en Burger (die in de vorm van verenigd burgerschap ook zijn rol weer moest teruggrijpen). Niet voor niets had ik op hem gestemd als voorzitter van de Eerste Kamer fractie. Tevergeefs.

Vorig jaar nog verscheen het boek ‘Kapitalisme zonder remmen’ van Maarten van Rossem, waarin hij het afbreken beschrijft van alle instituties die ons tegen perversiteiten van de markt moesten beschermen. Van Thatcher tot het omvallen van Lehman.

Back to your roots
Wellicht moest het neoliberale systeem eerst tegen zijn eigen grenzen aanlopen voordat de kritiek niet alleen gehoord werd, maar er ook naar werd geluisterd. Wil de PvdA in het nieuwe denken een rol spelen dan doet ze er verstandig aan om de aansporingen van Glasman – back to your roots – snel serieus te nemen.

De SP zit op de hielen – zoniet op voorsprong – en ook het CDA heeft met haar nieuwe manifest haar oude beginselen opgepoetst. Want zoals een luisteraar in De Balie opmerkte: het denken van Glasman vertoont verdacht veel parallellen met het christen-democratische gedachtengoed. Voor je het weet wordt de PvdA tussen SP en CDA vermalen.

Gelukkig heb ik ook bij Boer & Croon geleerd dat je de heritage van een organisatie niet zomaar kunt overnemen, zoals Cameron poogt. Maar dan moet de PvdA hem wel koesteren.


2 reacties

  1. Steven de Waal zegt:

    ido, mooi, en geheel mee eens dat we dit als alternatief natuurlijk al lang
    ontdekt hebben…..vreemd om daarvoor naar engelsen te gaan luisteren, zijn
    retorisch beter?

Reageer!





MIjn laatste tweets

Categorieën

Categoriën