Klik hier voor verslag raadsvergadering

In het streven de Telegraaf te overtreffen met zijn chocoladeletters, kopte Het Parool gisteren: ‘vrij spel voor horeca in centrum’. Ik zou zeggen: léés die krant, maar geloof niet alles wat er staat. Ook niet dat de PvdA de plannen van het Stadsdeelbestuur op voorhand steunt. We hebben nog wel wat noten te kraken.

Het streven is om van het Wallengebied (postcodegebied 1012), dat nu vooral wordt overspoeld door dronken toeristen, weer een plek te maken waar de gemiddelde Amsterdammer ook graag komt. Dat betekent: in plaats van de overdaad aan snackbars, coffeeshops en sexwinkels, ook ruimte voor een diversiteit aan winkels en hoogwaardige horeca. Maar het blijft een rosse buurt. Zoals ondernemers op de Wallen het zelf noemen: chique èn louche.

Dat is mooi gezegd, maar hoe krijg je dat voor elkaar? Eén van de instrumenten is het bestemmingsplan. Daarin wordt per pand vastgelegd welke functies – zoals wonen, werken en horeca – zijn toegestaan. Toch is de invloed van een bestemmingsplan beperkt. Je kunt niet zomaar een gebouwtje ‘wegbestemmen’, zoals we graag zouden willen om sommige binnentuinen weer groen te krijgen. Je kunt ook niet zeggen dat ergens een goedkope supermarkt moet komen in plaats van een dure Albert Hein, zoals bewoners op de Oostelijke Eilanden graag zouden willen.

Juist daarom vind ik het de plannen voor het bestemmingsplan 1012 interessant. Omdat er door de ambtenaren slim is gezocht naar allerlei constructies om meer grip op het gebied te krijgen. Een staaltje hogere bestemmingsplankunde. Drie voorbeelden:

  1. Horeca mag in het centrum alleen op de begane grond. Op drie plekken (Damstraat tm Oude Hoogstraat, Warmoesstraat en Oudekerksplein) mogen horecabedrijven uitbreiden naar de eerste etage. Maar alleen als op de verdiepingen daarboven – die nu vaak leeg staan – woningen worden gecreëerd. En alleen als het Dagelijks Bestuur toestemming geeft voor de plannen. Het Stadsdeel bouwt hiermee dus een onderhandelingspositie in. En dat gebeurt op meer plekken in dit plan.
  2. Zoals in het voorstel dat op sommige plaatsen percelen mogen worden samengevoegd. In de historische binnenstad is het doorbreken van de zogenoemde parcellering niet toegestaan. Veel van de kleine perceeltjes in 1012 lenen zich niet voor creatieve functies die je zou willen toestaan. In dit bestemmingsplan worden daarom uitzonderingsgevallen gecreëerd. Maar dan moet een initiatiefnemer met een goed plan komen.
  3. Ook wordt de ‘keerklepregeling’ geïntroduceerd. Een lelijke naam voor een mooi principe. Als alle souvenierswinkels vervangen worden door andere ongewenste functies, dan zijn we in het gebied kwalitatief niets opgeschoten. Het Dagelijks Bestuur kan met deze regeling de opkomst van een nieuwe monocultuur een halt toe roepen. Zo is het afgelopen jaar een limiet gesteld aan nieuwe massagesalons toen die ineens als paddestoelen uit de grond schoten.

Het is bijzonder hoe Het Parool een helder gelezen stuk zo verkeerd kan lezen. De beste journalist is vast geen domme man, dus dat zal wel bewust zijn. Zo bericht hij dat café’s en restaurants veel mogen zolang ze maar onderdeel vormen van een ‘totaal concept’. Daar heeft de journalist dus niets van begrepen. In grote, zelfstandige panden waar de hoofdfunctie groter is dan 1000 m2 (en zoveel zijn dat er niet in 1012) is ondersteunende horeca toegestaan van 150 m2. De journalist draait de zaken om. Geen horeca-ondernemer gaat natuurlijk, om een restaurant van 150 m2 te kunnen openen, bijvoorbeeld een museum van 1000 m2 exploiteren.

Ook schrijft de journalist: ‘In elk pand van 5000 vierkante meter mag horeca zitten! De aantallen zijn ongelimiteerd!’ Volgens mij zijn de panden van die omvang die zich daarvoor lenen op één hand te  tellen. En bovendien zou ik blij zijn met dit voorstel. Ik zie bijvoorbeeld in het Fortispand aan het Rokin liever een gebouw dat met horeca ook open is voor publiek dan op zo’n centrale plek in de binnenstad een gesloten kantorenkolos.

Er zijn drie plekken waar uitbreiding van horeca is toegestaan. Op de Wallen is dat rondom het Oudekerksplein en het naastgelegen Sint Annenkwartier met 2 café’s en 4 restaurants. Dat kun je toch geen ‘forse toename van horeca in het Wallengebied’ noemen. Andere locaties zijn aan de oostzijde van het Rokin doorlopend tot de Oude Turfmarkt (4 restaurants of café’s) en op het Beursplein (2 restaurants of café’s). Die plekken rekent geen enkele Amsterdammer tot de Wallen.

Overigens zouden we met deze fixatie op horeca bijna één van de interessantere punten uit het plan vergeten: de Oudezijds Achterburgwal wordt een winkelgracht. Uniek in Amsterdam, omdat grachten doorgaans uitsluitend bedoeld zijn voor wonen.

Toch heeft ook de PvdA een aantal kritische kanttekeningen bij de plannen van het stadsdeelbestuur.

  1. Zo worden er drie vestigingen mogelijk gemaakt voor discotheken of dansclubs. De vraag is of je dat moet willen in een gebied waar al 22 panden met een nachtbestemming zijn. Zeker als we al twee nachtelijke uitgaansgebieden in het centrum hebben – Rembrandtplein en Leidseplein – waar de politie nauwelijks de overlast in de klauwen kan houden. En hoe verhoudt zich dit met de plannen van de burgemeester om juist buiten de binnenstad plekken om te stappen te creëren? Houdt iemand het totaalplaatje nog in de gaten?
  2. Ook steunen we natuurlijk het streven van het DB naar meer kwaliteit. Maar hoe gaan ze dat bereiken? Het is een feit dat de meeste vernieuwende horecaconcepten sneuvelen. Vervolgens wordt het pand met horecabestemming en al verkocht. En dan? Denk aan Club Rain op het Rembrandtplein, waar de eerste eigenaar het niet redde en er vervolgens een goedkope biefstukkenboer in trok.
  3. We zullen de portefeuillehouder overigens wel aan te tand voelen over de uitbreiding van horeca rondom het Oudekerksplein. Het is een gebied met smalle straten waar zeker met terrassen al gauw behoorlijke geluidsoverlast kan ontstaan. Hoe gaat het DB ervoor zorgen dat de uitbreiding van horeca op deze plek niet leidt tot uitbreiding van overlast?
  4. En wat gaat het Dagelijks Bestuur doen om deze plannen waar te maken? Creëert het mogelijkheden in het bestemmingsplan en gaat het zitten wachten tot ondernemers daarop duiken, of wordt bijvoorbeeld voor de winkelgracht gericht gezocht naar interessante winkels, zoals destijds bij de kwaliteitsslag van de Eerste van Swindenstraat in de Dapperbuurt gebeurde?
  5. Een laatste vraag over wonen boven horeca. Een mooi initiatief. Maar zijn er ook voorwaarden aan geluidsisolatie verbonden of worden regels voor dubbele beglazing versoepeld? Anders zijn we niet alleen nieuwe woningen, maar ook de klagers van de toekomst aan het creëren.

Respond





Categoriën