Download hier pdf van dit artikel

Vorige week zond Minister Donner zijn voorstel naar de Tweede Kamer om de stadsdelen af te schaffen. Iedereen die een beetje kan rekenen voelt op zijn klompen aan dat dit voorstel het gaat redden. Behalve de regeringspartijen en hun gedoogpartner is ook de SP – overigens om volstrekt andere redenen – voor afschaffing. Dus op een nipte meerderheid in de Eerste Kamer, wat de verhoudingen eind mei ook mogen zijn, hoeven we niet te hopen. Bovendien: de stadsdelen zijn toch een beetje het pispaaltje van de bestuurslagen. Wie gaat daar zijn nek voor uitsteken?

De vraag is natuurlijk of dat terecht is. Zelf loop ik nu een jaartje rond in Stadsdeel Centrum. Niet zozeer omdat ik nou zo’n believer ben in stadsdelen, maar het leek me een mooie manier om me vier jaar voor mijn woonomgeving in te zetten. Een soort burgerplicht zeg maar. Daar sta ik overigens niet alleen in. Als ik zo om mij heen kijk in de stadsdeelraad dan zie ik architecten, docenten, advocaten, journalisten, studenten – allemaal mensen met een gezond stel hersens en een normale dagtaak – die zich in de avond en andere verloren uurtjes voor hun stad inzetten.

Lex van Drooge – een gemeenteraadslid van het CDA die mij tot dusver nog niet was opgevallen en dat is knap als je met een fractie van twee bent – fulmineerde vorige week op AT5: ‘weg met de stadsdelen, weg met de vriendjespolitiek’. Volgens hem zijn PvdA, GroenLinks en D66 tegen het afschaffen van deelraden, uit angst dat hun vriendjes in de deelraad hun baantjes kwijt raken: ‘het levert heel veel bureaucratie op, kost extra geld en heeft niets opgeleverd’. Het is niet alleen volslagen onzin, maar ook onnodig grievend voor burgers die zich afgelopen jaren voor hun stadsdeel hebben ingezet en degenen die dat nog steeds doen. Het zal wel politiek zijn, maar met fatsoen waar zijn partij voor op zegt te komen heeft het weinig te maken.

Het voorstel van Donner blinkt overigens ook uit in volstrekte afwezigheid van inhoudelijke gronden. Je kunt je afvragen of de beste man, die zich doorgaans voortbeweegt op een fiets om te demonstreren dat hij de vierkante kilometer rond het Binnenhof niet wenst te verlaten, überhaupt kaas gegeten heeft van het lokaal bestuur. Of dat hij vanuit enige praktijkervaring spreekt. Dat kennis en ervaring bij Donner geen rol van betekenis spelen, wisten we overigens al lang. Nadat hij het pennenlikken in de studeerkamers van de WRR en de Raad van State beu was, speelde hij net zo makkelijk Minister van Justitie, van Sociale Zaken of van Binnenlandse Zaken. Met een ravage tot gevolg.

Eerst trad hij af vanwege de Schipholbrand, vervolgens was hij met zijn stuursheid rond het ontslagrecht verantwoordelijk voor de eerste vertrouwenscrisis in Balkenende IV en nu mag hij zijn spoor van vernieling doorzetten als Minister van Binnenlandse Zaken. Behalve de bestuurlijke stelsels van Amsterdam en Rotterdam is ook de woningmarkt niet veilig: de hypotheekrente is heilig maar de sociale huur gaat met één pennenstreek 120 euro omhoog. Alleen al in Amsterdam gaat zo 15% van de sociale voorraad verloren. Geen wonder dat Maxime Verhagen de hulp inriep van IJzeren Piet Hein om tijdens de formatie het verzet van de CDA-dissidenten tegen de coalitie met de PVV kalt te stellen. Als er in Nederland al aversie bestaat aan politici dan ligt het eerder aan het wereldvreemde type Donner dan aan die vriendelijke buurman die zich in zijn avonduren voor de buurt inzet. Maar dat terzijde.

Natuurlijk valt er wel wat af te dingen op stadsdelen. Maar voor wie daar belangstelling voor heeft, en dat geldt in ieder geval voor mij als politicoloog, organisatieadviseur en ervaringsdeskundige zijn er wel degelijk goede argumenten aan te voeren voor het behoud van stadsdelen.

1. Democratie in plaats van bureaucratie

Grofweg houden stadsdelen zich bezig met vier zaken (1) welzijnsvoorzieningen (2) inrichting en onderhoud van de openbare ruimte (3) bestemmingsplannen en gebouwde omgeving en (4) een veilige en leefbare woonomgeving. Een kind begrijpt dat die taken blijven voortbestaan, of je stadsdelen nou afschaft of niet. De vraag is of je dat wil wegstoppen in een ambtelijke dienst waar de wethouder van de centrale stad een halve middag per week aandacht voor heeft, of dat je het een prettig idee vindt dat zo’n 30 democratisch gekozen medebewoners over de schouders van de ambtenaren meekijken. Donner is er inmiddels ook achter gekomen dat hij de uitvoeringsorganisatie niet kan schrappen en sloopt alleen de laag van meekijkende burgers weg. Wethouder Andrée van Es zei daarvan: hij vervangt democratie door bureaucratie. Met haar vind ik dat een slecht idee.

2. Taken van het bestuur dicht bij de burger

Het tweede argument komt van het kabinet zelf: “Taken van het bestuur worden op een zo dicht mogelijk bij de burger gelegen niveau gelegd”. Het tweede uitgangspunt uit het regeerakkoord, ongelogen waar. Voor die beperkte set aan taken die stadsdelen hebben geldt bij uitstek dat ze op een laag niveau moeten worden belegd. De huidige stadsdelen hebben een omvang van 90 tot 140 duizend inwoners. Het houdt het midden tussen Leeuwarden en Maastricht. Helemaal geen gek formaat om een democratisch gesprek te organiseren over waar het heen moet met openbare ruimte, leefklimaat, welzijn of de gebouwde omgeving. En vooruit, dan praat je een keer over een omgehakte boom omdat een aantal buurtbewoners zich daar druk over maakt. Niet omdat dat nou de hoogste prioriteit heeft van deelraadsleden, maar als vorm van fatsoen tegenover de burgers die je vertegenwoordigt.

3. Toegenomen transparantie en toegankelijkheid voor ondernemers

Ondernemers mogen graag hun pijlen zetten op stadsdelen. En dat is ook logisch. Een ondernemer wil graag optimaal de kansen benutten om een goede boterham te verdienen. Alles wat dan in de weg staat, staat in de weg. Maar spreek je ondernemersverenigingen onder vier ogen, dan geven ze in meerderheid toe dat ze officieel tegen stadsdelen zijn, maar dat de praktijk leert dat de bureaucratie een stuk toegankelijker geworden is. Omdat de deelraadsleden en bestuurders zo’n dertig ingangen bieden om aandacht te krijgen voor jouw grieven. Dat is nog eens wat anders dan dat je die ene ambtenaar tijdens kantooruren te pakken moet krijgen.

4. Een stem voor bewoners

De kracht van Amsterdam is de mix tussen wonen, werken en een feestje bouwen. Een gemengde stad waar je niet alleen kantoren en winkels vindt, maar waar ook nog gewoond wordt en waar je kinderen naar school ziet gaan: dat maakt Amsterdam zo aantrekkelijk. Onder de druk van economie, het grote geld en toerisme leggen bewoners het makkelijk af. Het is stadsdelen niet altijd in dank afgenomen dat ze opkwamen voor de belangen van bewoners. Maar het is wel broodnodig. Gekozen deelraadsleden die per definitie in het stadsdeel wonen – voor ambtenaren is dat niet verplicht – spelen daarin een cruciale rol.

5. Een streep door een lerende organisatie

Ik kan het niet helpen dat ik ook met de ogen van een organisatieadviseur naar de stadsdelen kijk. Kijk ik rond in Stadsdeel Centrum, dan zie ik een lerende organisatie. Natuurlijk waren er kinderziekten, maar die zijn allang verholpen. Er moest wel even een naar binnen gekeerde ambtelijke Dienst Binnenstad worden omgevormd tot een bestuursorgaan dat in dialoog is met zijn burgers. Die staat er nu. Natuurlijk waren er taken die beter op het niveau van de centrale stad pasten dan op het niveau van het stadsdeel. Die zijn allang weer teruggelegd; dat heet de zogenaamde A-lijst. En bijvoorbeeld toezicht op kinderopvang zal daar binnenkort ook op terecht komen. Natuurlijk moeten er niet teveel verschillen zijn tussen stadsdelen, daarom is allang ingezet op harmonisatie. En het kan natuurlijk altijd beter. Maar dat leerproces – en reken maar dat het gesprek tussen ambtenaren en gekozen bestuurders daar een rol in speelt – wordt in ieder geval niet geholpen door er een streep door te zetten. Het Haagse wetsvoorstel betekent een nieuwe reorganisatie en het is maar de vraag wat je ervoor terugkrijgt.

6. Het alternatief: territoriale commissies?

Donner snapt ook wel dat de gemeenteraad met zijn 45 leden niet een stad van 780.000 inwoners kan overzien. Daarom houdt hij de mogelijkheid open om ‘territoriale commissies’ in te stellen. Maar wat zijn dat eigenlijk? Wie zitten daar in? En hebben we daar nog iets over te vertellen als inwoners? Nee dus. Dat wordt dus zoiets als de huidige wijkraden. Met alle respect: ons-kent-ons, de usual suspects die maar een zeer beperkt deel van het stadsdeel vertegenwoordigen. Wat je ook vindt van stadsdelen: de diversiteit aan leden die ik om mij heen zie is groot. Die raken we dus kwijt. Net als de mogelijkheid om als kiezer eens per vier jaar de samenstelling te wijzigen als het ons niet zint, zoals afgelopen verkiezingen in Stadsdeel Centrum gebeurde.

7. Zichtbaar veel bereikt

Om deelraden in een kwaad daglicht te stellen wordt vaak verwezen naar de fietserstunnel onder het Rijksmuseum. Een mooi bouwplan moest worden aangepast omdat een lobby van de fietsersbond de deelraad wist te beïnvloeden. Het verdient zeker geen schoonheidsprijs. Maar er staan ook veel successen tegenover. Kijk ik alleen naar Stadsdeel Centrum: het Wallengebied was onleefbaar geworden, in de greep van Oost-Europese bendes en dronken Engelse toeristen. Dat er nu eindelijk weer wat evenwicht en kwaliteit in het gebied wordt gebracht, is mede in gang gezet door Stadsdeel Centrum. Het stadsdeel ligt er zichtbaar beter bij. Straten zijn schoner, openbare ruimte is opgeknapt. De vele junks die we als natuurverschijnsel waren gaan beschouwen zijn door een sluitende aanpak eindelijk van straat en opgevangen. Met de Rode Loper krijgt de stad weer een uitnodigende entree vanuit het Centraal Station in plaats van het verloederde Damrak. Ondanks het gezeur over staand drinken zijn er vele terrassen bijgekomen. Allemaal met dank aan Stadsdeel Centrum.

Als laatste: het gaat goed in Amsterdam, verzin wat beters!

En last but not least: waar bemoeien die partijen in Den Haag zich eigenlijk mee? Zowel het CDA als de PVV zijn nauwelijks of geen factor van betekenis in deze stad. Hun stemmen komen uit Brabant en Limburg en elders uit de provincie. Gaat de onvrede in die regio’s verminderen door hier een bestuurslaag te schrappen? Het zou een ander verhaal zijn als Amsterdam bestuurlijk, sociaal of economisch was vastgelopen. Niets is minder waar. Echte achterbuurten kennen we hier niet. Maar wel de hoogste economische groei van Nederland. De stad trekt zo de rest van het land mee. Ik zou zeggen: Den Haag, verzin wat beters. Dan kunnen wij ons hier met een leefbare stad en economische groei bezig blijven houden.


2 reacties

  1. Edwin Visser says:

    Ha Ido
    Het probleem is niet zozeer de goedbedoelende en goed opgeleide politici, als wel de incompetente ambtenaren op deelraad niveau die hun afspraken niet na komen, geen beslissing durven nemen etc.
    Ik zou blij zijn als ze in Rotterdam allemaal weer verdwenen zijn en er weer 1 aanspreekpunt is op het Stadhuis.
    groet,
    Edwin
    P.S. Ga zo door!

  2. ido says:

    Beste Edwin,

    Ik durf geen uitspraken te doen over de kwaliteit van ambtenaren in Rotterdam, al lijkt mij jouw uitspraak wat te kras.

    Er zijn natuurlijk altijd uitzonderingen, maar de ambtenaren die ik heb leren kennen in Stadsdeel Centrum zijn over het algemeen zeer betrokken, deskundig en bereid om te leren.

    Groet,
    ido

Respond





Categoriën